Website voorlezen

32. Verzet tegen kinderarbeid


[Het naaien van juten zakken, collectie Beeldbank Nationaal Archief / fotocollectie Arbeidsinspectie nr. 256-4978]

Kinderarbeid was in de negentiende eeuw heel gewoon. Kinderen werkten op het land, in de winkel of in de werkplaats. Daar konden ze zogenaamd wat van leren, maar vaak het was vooral nodig om het gezinsinkomen te verhogen. Toen door de Industriële Revolutie kinderen ook in fabrieken aan het werk werden gezet, rezen daartegen steeds meer bezwaren. De werkomstandigheden in fabrieken waren meestal heel slecht. Zo brandden de ovens in de glasfabriek van Petrus Regout in Maastricht dag en nacht. Twee ploegen, met daarbij ook kinderen vanaf een jaar of acht, moesten elk twaalf uur werken. Regout tilde daar niet zwaar aan. Kinderen konden volgens hem wel wat slaap missen.

Omstreeks 1860 nam de kritiek op de kinderarbeid toe. Doktoren en onderwijzers betoogden dat het werk ongezond was en dat kinderen thuishoorden in de schoolbanken. Fabrieksdirecteuren op hun beurt begonnen in te zien dat ze kinderen beter pas in dienst konden nemen nadat ze de lagere school hadden afgemaakt. Kinderen die konden lezen en schrijven, waren beter inzetbaar in de fabriek. Tegelijkertijd kregen ze minder behoefte aan kinderhanden omdat steeds meer werk door machines werd overgenomen. Ouders bleven evenmin ongevoelig voor de mentaliteitsverandering. Met het stijgen van hun lonen werden de aanvullende inkomsten uit kinderarbeid minder noodzakelijk en dus begonnen ze hun kinderen meer en langer naar school te sturen.

Bovendien hebben twee wetten bijgedragen aan deze ontwikkeling. Door de Kinderwet van Van Houten werd in 1874 arbeid van kinderen tot twaalf jaar in werkplaatsen en fabrieken verboden. Dat betekende echter niet dat fabrieksarbeid door kinderen onmiddellijk geheel werd uitgebannen. En landarbeid door kinderen werd door de wet niet verboden. Een definitief einde aan kinderarbeid kwam er door de Leerplichtwet van 1900. Die verplichtte ouders hun kinderen van zeven tot en met twaalf jaar naar school te sturen. In de praktijk deden de meeste ouders dat al. Negentig procent van de kinderen bezocht toen een school.

Jan Bank en Marita Mathijsen (redactie),

Nederland in de negentiende eeuw
Amsterdam : Bert Bakker, 2006.
ISBN: 90-351-2950-4.
In dit derde van de vier delen van Plaatsen van herinnering is van Willemien Schenkeveld de bijdrage ‘Maastricht: de fabrieken van Petrus Regout : kinderarbeid en de wet-Van Houten’ opgenomen.

Aspha Bijnaar (redactie),

Kind aan de ketting : opgroeien in slavernij toen en nu
Amsterdam : KIT Publishers, 2010.
ISBN: 978-94-6022061-6.
Artikelen over kinderen die als slaven dienden, onder meer in Suriname en op de Antillen, en over hedendaagse kinderen die op zeer jonge leeftijd loonarbeid verrichten.

J.J. Cremer,

Kinderarbeid : J.J. Cremer en de Leidse fabriekskinderen
Leiden : Primavera Pers, 2008. Inleiding: Cor Smit, hertaling: Korrie Korevaart.
ISBN: 978-90-5997-059-5.
In 1863 vestigde J.J. Cremer (1827-1880) de aandacht op de mensonterende omstandigheden waaronder kinderen moesten werken. In Fabriekskinderen : een bede, doch niet om geld, een lezing die vervolgens als brochure werd verspreid, beschreef hij (half documentair, half fictioneel) enkele tien- tot dertienjarige kinderen die in Leiden in de textielindustrie werkzaam waren, zo'n tien tot vijftien uur per dag. Zijn tekst is hier in hertaling opgenomen, voorafgegaan door een inleiding over het proces dat heeft geleid tot de eerste wettelijke maatregelen.

J.A. van Drongelen,

Kinderarbeid
's-Gravenhage : Reed Business Information, 2005. 3e herz. dr. 1e dr.: 1998.
ISBN: 90-5901-548-7.
Overzicht, voor studiedoeleinden of professionals, van de wet- en regelgeving in Nederland met betrekking tot door kinderen verrichte arbeid.

Netty Gabel en Klaas Jansma,

Jachten en jagen : schipperskinderen aan boord
Leeuwarden : PENN, 2009.
ISBN: 978-90-330-0794-1.
Historische verhalen over Friese schipperskinderen in de periode 1870-1950, waarin ook de bittere armoede en vormen van kinderarbeid breed worden uitgemeten.

Kristoffel Lieten,

Kinderarbeid : prangende vragen en contouren voor onderzoek
Amsterdam : Vossiuspers UVA, 2003.
ISBN: ISBN: 90-5629-313-3.
Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in de Kinderarbeid, in het bijzonder de historische en sociale aspecten, aan de Universiteit van Amsterdam op vrijdag 21 november 2003. De uitgave is te downloaden op de website van de UVA onder deze link.

Redactie Noordhoff Atlasproducties,

De Bosatlas van de geschiedenis van Nederland
Groningen : Noordhoff Atlasproducties, 2011.
ISBN: 978-90-01-12094-8.
In 14 hoofdstukken met meer dan 1.500 kaarten geeft de atlas de vaderlandse geschiedenis een ruimtelijke dimensie. Niet alleen politieke, sociaal-economische en religieuze thema's komen aan bod, maar ook historische cartografie, landschapsgeschiedenis en cultureel erfgoed. Over kinderarbeid gaat het in de pagina’s 354-355.

Peter de Ruiter,

Een wereld voor kinderen : opgroeien zonder kinderarbeid
Rijswijk : Elmar, 2008.
ISBN: 978-90-389-1803-7.
Auteur en fotograaf Peter de Ruiter geeft in woord en beeld een impressie van kinderarbeid in negen landen op drie continenten en van de pogingen om de situatie van de betrokken kinderen te verbeteren.

Willemien Schenkeveld,

Het Kinderwetje van Van Houten : sociale wetgeving in de negentiende eeuw
Hilversum : Verloren, 2003.
ISBN: 90-6550-463-X.
Het Kinderwetje van Van Houten tegen de kinderarbeid was in 1874 het begin van sociale wetgeving in het industrialiserende Nederland. In deze uitgave wordt het in een langere ontwikkelingslijn en een breder maatschappelijk perspectief geplaatst.

E. Benjamin Skinner,

Mensenhandel op klaarlichte dag
Amsterdam : Cossee, 2010. Vertaling van A Crime So Monstruous (2008). Vertaling: Gerda Baardman, Lidwien Biekmann en Kitty Pouwels.
ISBN: 978-90-5936-280-2.
Journalistieke reportage over moderne vormen van slavernij overal ter wereld, waarbij zowel mannen als vrouwen en kinderen tot onbetaalde arbeid en prostitutie worden gedwongen.

Talinay Strehl, Sarah de Vos en Kristoffel Lieten,

Baantjes en klusjes : kinderarbeid in Nederland?
Leiden : IREWOC, 2012.
ISBN: 978-90-79078-00-4.
In Nederland werken veel kinderen al op jonge leeftijd buiten schooltijd, maar omdat het binnen streng vastgestelde grenzen gebeurt, wordt aangenomen dat het niet schadelijk is en er daarom geen sprake is van kinderarbeid. In dit rapport blijkt echter dat de wetgeving omtrent kinderarbeid veelvuldig wordt overtreden en dat vele tienduizenden kinderen werk doen dat ze (nog) niet mogen doen. Het rapport is te downloaden onder deze link.

Theo Thijssen,

In de ochtend van het leven : jeugdherinneringen
Amsterdam : Querido, 1996. Salamander Klassiek. 8e dr. 1e dr.: 1941.
ISBN: 90-214-9760-3.
Autobiografie van de Nederlandse schrijver (1879-1943) over de periode 1883-1892, waarin hij schoolging in de Amsterdamse Jordaan.

Miel Vervliet en John Vandaele,

Kinderarbeid
Leuven : Davidsfonds, 1998.
ISBN: 90-6152-697-3.
Inventarisatie van verschillende vormen van kinderarbeid en van regeringen en multinationals die kinderarbeid al dan niet bestrijden.

Louis Paul Boon,

Pieter Daens, of Hoe in de negentiende eeuw de arbeiders van Aalst vochten tegen armoede en onrecht
Amsterdam : De Arbeiderspers, 1996. 16e dr. 1e dr.: 1971.
ISBN: 90-295-0316-5.
Indrukwekkende roman over de gebroeders Daens, de drukker Pieter en de priester Alfons, die eind negentiende eeuw in Aalst streden tegen sociale en politieke misstanden, tegen de uitbuiting van de arbeiders en de erbarmelijke omstandigheden waaronder ook kinderen in de textielindustrie moesten werken.

Ton van Reen,

De lichtverkoper (1873-1875)
[S.l.] : Mooi Limburgs Boekenfonds, 2013. 2e dr. (1e dr.: 2013).
ISBN: 978-90-859609-0-4.
Via het leven van een twaalfjarige jongen wordt het bikkelharde, vaak onrechtvaardige leven getoond van het gewone volk in het Maastricht van eind negentiende eeuw.

Stijn Coninx,

Daens
[S.l.] : Universal Pictures Video, 2000. 1 dvd (125 min.)
Veelvuldig bekroonde verfilming uit 1992 van de roman Pieter Daens, of Hoe in de negentiende eeuw de arbeiders van Aalst vochten tegen armoede en onrecht van Louis Paul Boon. In Daens : monumentaal Vlaams sociaal epos (1995) geeft Ronnie Pede een analyse van de film en toetst hij die aan de historische feiten.