Nieuws uit de Bibliotheek

Samen Nederlands oefenen

Vrijwilligers van het Taalpunt in de Bibliotheek helpen nieuwkomers en laaggeletterden

Elke week spreken ze af, in de bibliotheek of ergens anders in Olst. Valentina Titeica en Toke IJsseldijk, migrant en vrijwillig taalcoach, gaan samen Nederlands oefenen.

Ze ontmoetten elkaar via het Taalpunt, een organisatie voor hulp met taal die werkt vanuit de bibliotheek. Nu zijn ze alweer een jaar bezig. Toke: ‘In het begin konden we eigenlijk niet communiceren.’ Valentina: ‘Nu kan ik een beetje praten met de mensen op mijn werk.’

Vier jaar geleden kwam Valentina Titeica uit Roemenië. Ze heeft fulltime werk als kanter in een vleesfabriek. ‘Ik wilde Nederlands leren’, vertelt ze. ‘Via internet vond ik eerst een opleiding in Deventer. Maar dan moest ik op dinsdag om 10 uur naar de taalles, en ik moet werken. De lerares daar zei: ‘Probeer het eens in de bibliotheek in Olst.’

Moeite met taal

Toke IJsseldijk wilde aanvankelijk laaggeletterde Nederlanders helpen. ‘Heel veel mensen in Nederland hebben moeite met taal. Ze praten wel, maar lezen kunnen ze bijna niet. Het is een moeilijk te bereiken groep – die mensen durven er niet voor uit te komen dat zij moeite hebben met hun moedertaal.’ Vanuit de motivatie om iets aan dat probleem te doen, liet ze zich scholen tot taalcoach.

‘De opleiding tot taalcoach vond ik erg leuk en interessant. Ik heb ooit de pabo gedaan. Ook al werk ik allang niet meer als juf, ik houd er erg van om iemand te zien leren. Bovendien ben ik dol op taal en taalspelletjes. Dankzij die opleiding tot taalcoach weet ik nu hoe je taalles aan volwassenen kunt aanpakken.’

Wang, neus, oor

De eerste ‘taalvrager’ die coördinator van het Taalpunt in Olst aan Toke voorstelde, was geen laaggeletterde Nederlander, maar een Roemeense die graag Nederlands wilde leren. ‘Heel anders, maar ook prima wat mij betreft’, zegt Toke. ‘We zijn nu ongeveer een jaar bezig en het gaat heel goed. In het begin konden we eigenlijk niet met elkaar communiceren. Waar moeten we beginnen, dacht ik? Ik maakte een tekening van het gezicht en we zeiden de woorden. Wang, neus, oor. Je moet creatief zijn. Daarna tekenden we een huis. Raam, kast, deur. Toen wezen we dingen aan in de bibliotheek, en we zijn rond gaan lopen in het dorp.’

Drie woorden

Valentina: ‘We lezen ook boeken. Eerst kinderboeken, daar staan makkelijke woorden in. Ik kan nog niet zo goed Nederlands spreken. Lezen is gemakkelijker voor mij. Ik begrijp twee of drie woorden in een zin en dan is het goed. Dan snap ik een beetje wat er staat en Toke helpt dan. Maar snel spreken, een antwoord geven in een gesprek, is voor mij nog wel moeilijk.’

‘Op mijn werk zijn vier Roemenen, zes Hongaren en de rest is Nederlands’, vervolgt Valentina. ‘Ik kan nu met iedereen een beetje praten. Ze verbeteren me vaak als ik iets zeg, dan zeggen ze “niet goed zo … zó!” Wel praten ze snel, vind ik. Als je in een ander land gaat werken, is het goed om de taal te leren. Voor het werk, maar ook als je naar de winkel gaat.’

Maatwerk

Inlevingsvermogen, interesse in mensen en een beetje fantasie. Naast belangstelling voor taal kan je die drie eigenschappen als taalcoach goed gebruiken. Toke: ‘En je moet niet te snel, niet te veel willen. Je levert vooral maatwerk. Omdat Valentina klanken zoals de eu en de ui lastig vindt, ben ik eens met een logopedist gaan praten. Dat was interessant! Je leert hoe klanken worden gevormd, en bedenkt dan hoe je dat aan iemand overbrengt.’ Verder geldt vooral: praten, praten, praten. ‘We bespreken dingen die we om ons heen zien, of een verhaal uit een boek. Wat vond je ervan? Iemand leert het meest als hij in eigen woorden zoiets kan vertellen.’

Superboeken

Valentina: ‘Laatst hebben we een eenvoudige versie van het Het Achterhuis van Anne Frank gelezen. Dat vond ik heel mooi. Eerst lazen we kinderboekjes, maar ik wil ook weleens een boek voor volwassenen. Trouwens, Dolfje Weerwolfje is natuurlijk wel een superboek! Hier in de Bibliotheek hebben ze gelukkig allerlei verschillende boeken.’

Taal in de praktijk

Toke: ‘Valentina is gedreven, fanatiek. Ze werkt vijf dagen in de week, moet naar het werk reizen, en natuurlijk haar huishouden doen. En daarnaast doet ze dit. Het is heel belangrijk om naast het uurtje taalles in de week ook andere dingen te doen waarbij je mensen ontmoet. We zitten ook niet altijd hier, we gaan naar buiten, naar de markt, producten aanwijzen, en we gaan binnenkort een keer naar het station. Dan kan je taal echt oefenen in de praktijk.’

Vrijwillig taalcoach, iets voor u?

Het Taalpunt Olst-Wijhe wil graag in contact komen met mensen die interesse hebben om taalcoach te worden. Op woensdagen is het Taalpunt aanwezig in de bibliotheek in Olst, vanaf 14.30 uur. Meer informatie over het werk van het Taalpunt staat op de pagina van het Taalpunt.